Soms valt iets als puzzelstukjes in elkaar en is het geheel meer dan de som der delen. Dat gebeurde ook met dit ijzersterke trio: Basiskwaliteit Groenbeheer meets groenbeheerplan meets natuurkansenkaart… Hoe zit dat precies en hoe profiteer jij hiervan? Hieronder lees je een kernachtige uiteenzetting.
Onze groenbeheerplannen zijn heldere beheeradviezen, waarmee je concreet aan de slag kunt. Inrichting en beheer van het landschap vragen altijd om maatwerk. Elke plek is immers uniek. Om een plek écht tot bloei te laten komen, formuleer je ambities en een heldere visie voor dat gebied. Of je nu ecologischer, economischer of met meer participatie aan de slag wilt, een groenbeheerplan is altijd op maat en houdt rekening met natuurwaarden, veiligheid, cultuurhistorie en gebruiksfunctie. Zo maak je met een groenbeheerplan doelen concreet, door ze om te zetten in een beheerstrategie en beheermaatregelen.

Basiskwaliteit Groenbeheer is een generieke methode om in je eigen beheervakken de uitgangspositie voor biodiversiteit te scoren.
Nulmeting groen
Om je doelen te kunnen halen, wil je eerst weten waar je nú staat. Zodat je vervolgens straks kunt checken of je op de goede weg bent en eventueel op tijd bij kunt sturen. Daar komt de nulmeting goed van pas. We bieden met Basiskwaliteit Groenbeheer een generieke methode om die uitgangspositie voor biodiversiteit te meten. Op basis van zeven criteria krijgt elk van je beheervakken een cijfer, variërend van 1 (slecht) tot 5 (goed). De criteria gaan niet over de aanwezigheid van soorten, maar richten zich op de condities, zoals de verbinding met omliggend groen, de omvang van het groen, de variatie in soorten en in welke mate sprake is van beschuttings- en voortplantingsmogelijkheden voor dieren. De nulmeting levert kaartmateriaal op, waarop je de ecologische waarde van een gebied ziet. Als je in het beheerplan de ambitie hebt geformuleerd om te werken aan sterke natuur, kun je zo snel een selectie maken voor focusgebieden. De methode is herhaaldelijk toe te passen, zodat je de effecten van je beheer goed kunt monitoren. Zo wordt op tijd bijsturen makkelijker en behaal je je doelen. Lees meer over Basiskwaliteit Groenbeheer in dit caseverhaal.

Een natuurkansenkaart bestaat uit drie aparte lagen: kansen voor het omvormen van een beheertype, voor het toevoegen van elementen en voor het aanpassen van beheer.
Natuurkansen
Waar bij de nulmeting algemene beheeradviezen worden gegeven, staan in een groenbeheerplan dus meer concrete beheermaatregelen, gericht op de specifieke locatie en omstandigheden. Een natuurkansenkaart gaat nog een stap verder en werkt de gekozen richting in het beheerplan uit in natuurkansen. Waar in jouw vakken zijn welke kansen voor meer biodiversiteit en hoe kun je die realiseren? Een natuurkansenkaart van jouw gebied laat kansen zien op drie niveaus: het toevoegen van elementen, zoals bomen, struiken en heesters; het omvormen van een bestaand beheertype, zoals van gazon naar kruidenrijk gras; en tot slot het toepassen van ander beheer. En dan houdt het nog niet op. Want zijn er kansen voor ontharden, klimaatadaptatie of vleermuiskasten? Álle kansen voor natuur nemen we mee in de natuurkansenkaart. Dat gaat dus verder dan wat je met beheerstrategie en –maatregelen kunt bewerkstelligen. Waar een natuurkansenkaart een concrete uitwerking kan zijn van je beheerplan, kun je ook andersom werken: met een beheerplan kun je continuïteit geven aan het beheer dat je uitvoert om natuurkansen te realiseren.
Cirkeltje rond
En zo is het cirkeltje rond; Basiskwaliteit Groenbeheer, een groenbeheerplan en een natuurkansenkaart versterken elkaar, vullen elkaar aan en ‘controleren’ elkaar. Ze bieden samen een stevig fundament voor je groenbeheer en de keuzes die je daarin maakt. Dit trio helpt je bovendien bij het uitleggen van die keuzes aan betrokken stakeholders.
Lees hier meer:
Basiskwaliteit Groenbeheer ➜ Bermbeheerplan ➜ Parkenplan ➜ Beheerplan ➜ Natuurkansenkaart ➜