• 05-12-2017

Rough en oevers op de golfbaan

Geniet u ook zo van die mooie wuivende grashalmen in de zomer? Of ergert u zich aan al dat hoge ‘dikke’ gras waar moeilijk uit te golfen valt? Om een baan goed bespeelbaar te houden worden grote delen van de golfbaan gemaaid. Ook doorstroming kan een reden zijn om grote delen rond de fairways te maaien. De vraag is of dit altijd nodig is. Veel maaien kost veel tijd en estetisch heeft een hoge rough wel meerwaarde. Maaien kan soms ook schade opleveren, rond bomen bijvoorbeeld wanneer al het gras wordt weggemaaid. Dit ziet er netjes uit, maar helaas is de kans op maaischade aan de stamvoet aanwezig. Dit kan een langzaam wegkwijnende boom tot gevolg hebben. 
 
Riet
En dan is er nog het rietprobleem wat vaak op rijkere klei- en veenbanen met veel waterpartijen voorkomt. Hoe houd je dat in toom? Veel sloten mogen niet zomaar dichtgroeien van het waterschap, maar dan hebben we het nog niet gehad over de ecologische waarde die al die oevers en kleine waterpartijen hebben voor amfibieën, insecten, vogels en oeverbegroeiing. Mag u wel altijd zomaar overal maaien? Of komt u dan in aanraking met de Wet natuurbescherming? 

Handreikingen
Het type rough waar we over praten, het bodemtype, de machinekeuze en het tijdstip zijn allemaal van belang bij de keuzes die gemaakt worden bij het maaien van de rough. In zoverre is bijna elke baan uniek. We kunnen dan ook geen simpele optelsom geven van hoe de rough op uw golfbaan het beste beheerd kan worden. Wel zijn er een aantal handreikingen te geven waar op te letten bij het maaien van de rough.  

In het artikel komen de volgende thema's langs:

- wat heeft invloed op het type rough;
- voorkomen van schade en verrijking;
- beheer tijdstippen;
- flora en fauna;
- enkele suggesties om mee aan de slag te gaan op uw golfbaan.

Invloed op het type rough

De bodem is een factor waar we als mensen weinig invloed op hebben, maar die wel veel invloed heeft op de mogelijke soorten en het nodige beheer. Roodzwenkgras is een graag geziene soort op veel banen. Behalve voor spelonderdelen is deze soort ook in de rough prachtig, zeker wanneer ze in bloei staat. Daarnaast is roodzwenk van nature een gras die een wat opener karakter heeft, waardoor de bal hier redelijk goed is terug te vinden en te spelen. Een zandrijke, niet te natte bodem is voor roodzwenk wel een noodzaak. Engels raaigras is zo’n beetje de tegenhanger van roodzwenk: Deze soort groeit juist graag op rijke, vette grond en laat hier gemakkelijk alle concurrentie achter zich. De soort heeft een hoge productie en een meer gesloten karakter. Hoewel de soort het op fairways goed doet, maakt een rough met veel Engels raai het spelen moeilijker. Hoewel we geen invloed hebben op de bodem, kan de keuze voor een andere grassoort of een aanpassing in het maaibeleid helpen om de rough meer in de richting van het wenselijke beeld te krijgen. 

Naast de bodem speelt het maaibeleid een belangrijke rol in het type rough dat we krijgen. Grofweg kunnen we de volgende typen rough onderscheiden (tussenvarianten daar gelaten). De benamingen van deze typen rough zullen ongetwijfeld verschillen per golfbaan en ook de frequentie van maaien kan op een zandbaan bijvoorbeeld veel lager liggen dan op een kleibaan, omdat de productie daar lager ligt. Maar let vooral op de frequentie van maaien en de functie van de rough. 

 

Op veel golfbanen wordt meer rough gemaaid dan nodig is. Middels een goede kaart van de golfbaan kan worden onderzocht waar de verschillende typen rough zich precies bevinden en of er mogelijkheden zijn om bepaalde gedeelten minder vaak te maaien. Denk hierbij aan gebieden buiten het spel, achter de teeboxen, de carry of gedeelten onder beplanting.  

Bepaalde gebieden extensiever maaien scheelt niet alleen manuren en brandstof, het kan ook een heel mooi beeld opleveren voor de golfer en ontzettend waardevol zijn voor flora en fauna. Uiteraard is het van belang dat deze locaties zorgvuldig gekozen worden en dat dit wordt uitgerold met ondersteuning van goede communciatie naar de leden. 

Voorkomen van schade en verrijking

Hoe voorkom je dat er maaischade ontstaat aan bomen of baanmeubilair? En hoe zorg je er voor dat de bodem niet gescalpeerd wordt in plaats van gemaaid? Spoorvorming kan op natte banen een probleem vormen, maar ook dit kan met de juiste machinekeuze soms al grotendeels worden opgelost. Door maaisel te laten liggen kan verrijking optreden, terwijl voor golf een wat schralere rough meestal eerder gewenst is. Verrijking van de bodem zorgt meestal ook voor dat de soortendiversiteit zich beperkt tot enkele dominante soorten die goed gedeien op een rijke bodem en tegen vilt kunnen. 

Welke machines heeft de greenkeeping beschikbaar? En wat levert het op als een andere machine kan worden aangeschaft i.v.m. het voorkomen van schade in de baan of het tegengaan van verrijking? Hiernaast staan de verschillende machines met de voor- en nadelen toegelicht.

Beheertijdstip

Behalve de machinekeuze en de frequentie van maaien, kan ook het tijdstip erg bepalend zijn voor het eindbeeld en de biodiversiteit. Met het tijdstip van maaien kan gestuurd worden in de groei van bepaalde plantensoorten. Daarnaast zijn er momenten dat er eenvoudigweg niet mág worden gemaaid, wanneer er bijvoorbeeld beschermde soorten in de rough of oever voorkomen. 

Planten

Staan ergens beschermde planten, dan mogen deze over het algemeen tijdens de bloei, tot ná de zaadval niet gemaaid worden. Na de zaadval is het geen probleem om te maaien. Het kan soms zelfs gustig zijn om na de zaadval en/of vóór de groei van deze planten de rough te maaien, om deze planten de kans te geven te kiemen en te groeien. 

Als er soorten als akkerdistel, brandnetel en braam groeien in rough waar ook golfers komen kan het helpen (plaatselijk) intensiever te maaien (en afvoeren). Let op: verstoringskruiden worden vaak veroorzaakt door (plaatselijke) dump van groen/grasafval. Verantwoordelijkheid hiervoor kan niet alleen maar simpelweg bij de greenkeeping worden gelegd. De golfclub is mede verantwoordelijk voor de mogelijkheden tot het verzamelen en afvoeren van maaisel. 

Vogels

Nesten zijn voor de hand liggend om rekening mee te houden. Zie je een nest op de oever of in de rough, dan is deze beschermd tijdens het broedseizoen. Het nest mag niet beschadigd worden en er moet bij het maaien een zodanige afstand worden gehouden dat er geen verstoring optreedt. Is een bepaald type terrein van betekenis voor vogels (bijvoorbeeld rietkragen), maar is onbekend of hier nesten zitten? Wacht dan met maaien tot na het broedseizoen. Of, als het niet mogelijk is te wachten met maaien, laat door een ecoloog controleren of hier nesten of andere beschermde soorten aanwezig zijn. Sommige vogels, zoals de kleine karekiet en de rietzanger weten hun nesten goed te verstoppen. Een ecoloog kan aan het gedrag van een vogel vaak al zien of hij een nest in de buurt heeft. 

Insecten

Behalve vogels maken ook veel insecten gebruik van de rough en oevers om te foerageren en te overwinteren. Riet is bijvoorbeeld belangrijk voor verschillende soorten libellen om te overwinteren. Daarom is gefaseerd maaien belangrijk. Zorg dat er altijd stukjes rough of oever zijn die blijven staan. Dit maaibeleid kan worden vastgelegd in een maaikaart.  

Amfibiën

Amfibiën zijn tijdens de voortplantingsperiode en de overwinteringsperiode beschermd. Zitten er (beschermde) amfibieëen in een waterpartij (beschermde soorten zijn: bruine kikker, gewone pad, bastaard kikker, kleine watersalamander of meerkikker), dan heeft het de voorkeur het werk uit te voeren in augustus-oktober. In elk geval niet in maart-mei. 

Suggesties:

-    Maak een maaikaart waarin verschillende typen rough/oever met de maaifrequentie staan aangegeven;
-    Inventariseer beschermde soorten voor de Wet natuurbescherming, leg dit vast, en houd rekening met het tijdstip en de locaties van onderhoud;
-    Wees kritisch op het aanwezige materieel: zijn de gebruikte machines de meest geschikte, of zijn er redelijke alternatieven waardoor bepaalde schade kan worden voorkomen?;
-    Het einde van het jaar is een goed moment om het maaibeleid te evalueren en waar nodig aan te passen op de toekomst. Eventueel kunnen benodigde investeringen zo meegenomen worden in de begroting.

 

Voor de Wet natuurbescherming is het verplicht vast te leggen waar beschermde soorten in de baan zich (mogelijk) bevinden. In elk geval wanneer dit in conflict kan komen met het beheer en onderhoud. Indien er op die locaties beheer en onderhoud plaatsvindt, moet worden vastgelegd hoe er wordt zorggedragen voor beschermde soorten. 

Bekijk vergelijkbare posts